Algemene voorwaarden Zorgfamilie

De algemene voorwaarden vanaf 1-1-2019 zijn te vinden via de volgende links:

Tot 1-1-2019 gelden nog de volgende voorwaarden:

Algemene voorwaarden Zorgfamilie (hierna te noemen “Zorgfamilie”) voor zorg zonder verblijf. Zorgfamilie
biedt zorg op het gebied van begeleiding, dagverzorging, verpleging, (huishoudelijke) verzorging en
verpleging. Zorgfamilie hecht veel waarde aan een goede relatie met haar cliënten en wil de zorgverlening zo
goed mogelijk laten verlopen. Wij vinden het dan ook belangrijk dat uw weet wat u van Zorgfamilie kunt
verwachten en waarop wij elkaar kunnen aanspreken. Dit is vastgelegd in onderstaande
leveringsvoorwaarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in het zorgplan. De Wijkverpleegkundige en/of
Zorgcoach van Zorgfamilie bespreekt deze voorwaarden in het eerste contact met u.

1.Algemeen

ARTIKEL 1 – Definities
1. Cliënt: de natuurlijke persoon die zorg afneemt bij een zorgaanbieder. Vertegenwoordiger: de wettelijke
vertegenwoordiger van de cliënt of, indien er geen wettelijke vertegenwoordiger is, de natuurlijke persoon
die door de cliënt persoonlijk is gemachtigd in zijn plaats op te treden.
2. Zorgaanbieder: rechtspersoon(Zorgfamilie) die zorg verleent, gefinancierd op grond van de Wet
Langdurige Zorg (WLZ), Zorgverzekeringswet (ZVW) of de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
al dan niet in combinatie met particulier gefinancierde zorg en/of aanvullende diensten.
3. Indicatiebesluit: het besluit van een indicatieorgaan waarbij is vastgelegd of en zo ja, naar welke aard,
omvang en duur een zorgvrager in aanmerking komt voor een zorgaanspraak op grond van de WLZ.
4. Geneeskundige handelingen: alle verrichtingen, waaronder inbegrepen onderzoek en het geven van raad,
die rechtstreeks betrekking hebben op de cliënt met als doel hem van een ziekte te genezen, hem voor
het ontstaan daarvan te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, een en ander zoals
beschreven in artikel 7:446–468 Burgerlijk Wetboek (Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst).
5. Incident: ieder niet beoogd of onvoorzien voorval in het zorgproces met direct of op termijn merkbare
gevolgen voor de cliënt.

ARTIKEL 2 – Toepasselijkheid
1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de tussen de cliënt en de zorgaanbieder gesloten
overeenkomst (hierna te noemen de overeenkomst) met betrekking tot zorg zonder verblijf.
2. Deze algemene voorwaarden treden niet in de plaats van wettelijke regelingen.

ARTIKEL 3 – Bekendmaking algemene voorwaarden
1. De zorgaanbieder overhandigt de algemene voorwaarden aan de cliënt voorafgaand aan of bij de
totstandkoming van de overeenkomst.
2. Op verzoek van de cliënt licht de zorgaanbieder de algemene voorwaarden mondeling toe.

ARTIKEL 4 – Afwijking van de algemene voorwaarden
De zorgaanbieder kan niet afwijken van deze algemene voorwaarden, tenzij dat uitdrukkelijk is
overeengekomen met de cliënt en de afwijking niet in diens nadeel is. Afwijkingen dienen schriftelijk te zijn
overeengekomen.

ARTIKEL 5 – Duidelijke informatie
1. Steeds als de zorgaanbieder de cliënt informatie verschaft, doet hij dit op een voor de cliënt geschikt niveau
en vergewist hij zich ervan dat de cliënt de informatie heeft begrepen.
2. Als de zorgaanbieder de informatie elektronisch verschaft, vergewist hij zich ervan of de cliënt deze
informatie kan ontvangen.
3. Indien het belang van de cliënt dit vereist, dient de orgaanbieder de betreffende informatie te verstrekken
aan de vertegenwoordiger van de cliënt.
4. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat de cliënt of diens vertegenwoordiger gedurende de looptijd van de
overeenkomst voldoende geïnformeerd blijft over voor hem relevante aangelegenheden aangaande de
uitvoering van de overeenkomt.

ARTIKEL 6 – Bevoegdheden van de vertegenwoordiger
De vertegenwoordiger treedt in de rechten en plichten van de cliënt uit hoofde van deze algemene
voorwaarden voor zover de cliënt wilsonbekwaam is en voor zover de vertegenwoordiger hiertoe is
gemachtigd op grond van de wet of de persoonlijke schriftelijke en/of digitale machtiging door de cliënt.

2. Informatie

ARTIKEL 7 – De intake
1. Voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst biedt de zorgaanbieder de cliënt schriftelijke
en/of digitale informatie aan over tenminste de volgende punten:
a. de vormen van zorg die de zorgaanbieder kan bieden, de gevolgen van een nieuwe indicatie als deze
lichtere of zwaardere zorg noodzakelijk maakt en de mogelijkheid van beëindiging vóór afloop van de indicatie
als de zorg niet langer nodig is;
b. de procedure ter verkrijging van een nieuwe indicatie, de mogelijkheid dit door de zorgaanbieder te laten
doen en de gevolgen daarvan;
c. het doorgeven van een contactpersoon en de mogelijkheid tot het aanstellen van een vertegenwoordiger en
de wettelijke regels die daarop betrekking hebben;
d. mogelijkheid tot het opstellen van een schriftelijke en/of digitale wilsverklaring waarin de cliënt uit hoe hij wil
dat er wordt gehandeld, indien hij in een situatie komt waarin hij niet meer voor zichzelf kan beslissen;
e. de procedure rond het opstellen van een zorgplan;
f. de zorg en/of diensten die de cliënt al dan niet zelf moet betalen en de keuzemogelijkheid om van die zorg
en/of diensten al dan niet gebruik te maken;
g. de mate waarin de zorgaanbieder gebruik maakt van de diensten van vrijwilligers;
h. sleutelbeheer;
i. de bereikbaarheid van de organisatie in geval van een noodsituatie;
j. waar de cliënt aan moet voldoen om de zorgverleners en andere personen werkzaam bij of in opdracht van
de zorgaanbieder in staat te stellen te werken conform de regelgeving met betrekking tot
arbeidsomstandigheden;
k. de mogelijkheid om wensen van de cliënt te honoreren;
l. de wettelijke mogelijkheden van inspraak, de collectieve medezeggenschapsmogelijkheden en de manier
waarop hieraan invulling is gegeven inclusief de contactgegevens van het medezeggenschapsorgaan;
m. het beleid ten aanzien van ethische en levensbeschouwelijke vraagstukken;
n. het beleid ten aanzien van vrijheidsbeperking;
o. de klachtenregeling;
p. deze algemene voorwaarden;
q. indien van toepassing de instructies voor eventuele zorgverlening op afstand;
r. het privacybeleid;
2. Tijdens het intakegesprek gaat de zorgaanbieder na of de cliënt de schriftelijke en/of digitale informatie
heeft begrepen. Tijdens het gesprek of zo spoedig mogelijk daarna maakt de cliënt aan de zorgaanbieder zijn
keuzes kenbaar met betrekking tot de besproken punten.
3. Als de cliënt ten tijde van het laatste gesprek vóór de totstandkoming van de overeenkomst nog niet
beschikt over een indicatiebesluit, verklaart hij schriftelijk dat een indicatiestelling is aangevraagd.
4. De cliënt informeert de zorgaanbieder meteen, indien hij zorg van andere zorgaanbieders ontvangt.

ARTIKEL 8 – Keuze-informatie
1. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat hij die informatie beschikbaar heeft die het voor de cliënt mogelijk maakt
een goede vergelijking te maken met andere zorgaanbieders, teneinde een weloverwogen keuze te kunnen
maken.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat de in het vorige lid bedoelde informatie beschikbaar is op de website, in
brochures, de zorgtablet of in ander schriftelijk of digitaal materiaal.

ARTIKEL 9 – Totstandkoming overeenkomst
1. De zorgaanbieder doet op basis van de intake een aanbod aan de cliënt waarin de te leveren zorg en alle te
leveren diensten nauwkeurig zijn beschreven.
2. De overeenkomst komt tot stand wanneer de cliënt het aanbod van de zorgaanbieder aanvaardt. Ter
bevestiging hiervan ondertekenen de zorgaanbieder en de cliënt de overeenkomst.
3. De overeenkomst bevat in ieder geval:
– een verwijzing naar de geïndiceerde zorg, bij zorg vanuit de WMO, is het ondersteuningsplan de
overeenkomst;
– een bepaling dat het op te stellen zorgplan onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, bij de WMO zijn dit de
afspraken zoals vastgelegd in het leveringsplan als afgeleide van het ondersteuningsplan;
– een beschrijving van de diensten waar de cliënt gebruik van wil maken met een specificatie van de kosten
die voor rekening van de cliënt komen;
– een beschrijving van de overeengekomen aanvullende zorg die voor rekening van de cliënt komt en een
specificatie van de kosten;
– een regeling betreffende toestemming voor gebruik van gegevens van de cliënt voor verplichte meting van
zorginhoudelijke kwaliteitsindicatoren en controles zoals verlangd wordt bij contractering van zorgverzekeraars
in overeenstemming met de geldende regels;
– een kopie van de Algemene Voorwaarden.

3. Zorgplan

ARTIKEL 10 – Totstandkoming van het zorgplan
1. De zorgaanbieder stelt in samenspraak met de cliënt een zorgplan of aan de hand van het
ondersteuningsplan WMO leveringsplan op. De zorgaanbieder biedt de cliënt ondersteuning aan bij het
overleg over het zorgplan/leveringsplan.
2. Uiterlijk zes weken na aanvang van de zorgverlening legt de zorgaanbieder het overeenkomstig lid 1
opgestelde zorgplan ter instemming voor aan de zorgvrager.
3. Het zorgplan wordt van kracht na instemming van de cliënt. De zorgaanbieder en de cliënt ondertekenen
het zorgplan. Het ondertekende zorgplan blijft gedurende de looptijd van de overeenkomst ter beschikking van
de zorgvrager.
4. In de periode tussen de totstandkoming van de overeenkomst en het van kracht worden van het zorgplan is
– in het geval er sprake is van geneeskundige handelingen – voor deze geneeskundige handelingen
toestemming van de cliënt vereist, tenzij de tijd voor het vragen van toestemming ontbreekt, omdat onverwijlde
uitvoering van de handeling kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de cliënt te voorkomen.

ARTIKEL 11 – Naleving van het zorgplan
1. De zorgaanbieder voert de zorg uit volgens de afspraken in het zorgplan.
2. Als de zorgaanbieder afgesproken zorg niet conform het zorgplan kan verlenen, stelt de zorgaanbieder de
cliënt daarvan meteen in kennis. Als de cliënt afgesproken zorg niet conform het zorgplan kan ontvangen, stelt
de cliënt de zorgaanbieder daarvan meteen in kennis.
3. Het zorgplan wordt minimaal twee keer per jaar in samenspraak met de cliënt geëvalueerd en waar nodig
bijgesteld. De cliënt kan gemotiveerd verzoeken om tussentijdse evaluatie. De evaluatie en de bijstellingen
worden schriftelijk vastgelegd. De eerste evaluatie vindt plaats binnen zes maanden na instemming van de
cliënt met het zorgplan, of zoveel eerder als nodig. Voor de WMO is hierbij van toepassing dat aan de hand
van de Zelfredzaamheid Meting (ZRM), er om bijstelling van het ondersteuningsplan kan worden gevraagd
aan de gemeente door zowel de zorgaanbieder als de cliënt.
4. Indien tussentijds afwijking van het zorgplan noodzakelijk is, is toestemming van de cliënt vereist, tenzij de
tijd voor het vragen van toestemming ontbreekt, omdat onverwijlde afwijking van het zorgplan kennelijk nodig
is teneinde ernstig nadeel voor de cliënt te voorkomen.
5. De zorgaanbieder instrueert individuele zorgverleners over de rechten van de cliënt ten aanzien van zijn
zorgplan en stelt de cliënt hiervan op de hoogte.
6. Als de zorgaanbieder afgesproken zorg niet verleent, biedt de zorgaanbieder de cliënt – zonder dat de cliënt
hem in gebreke hoeft te stellen – een redelijke genoegdoening aan.
7. Als de cliënt voor een bepaalde periode of bepaald moment geen zorg of diensten wenst te ontvangen,
meldt de cliënt dit uiterlijk 24 uur van tevoren aan de zorgaanbieder. Doet hij dit niet, dan kan de
zorgaanbieder kosten in rekening brengen aan de cliënt, tenzij de cliënt kan aantonen dat hij als gevolg van
overmacht niet in staat was zich tijdig af te melden. Deze kosten zijn niet hoger dan de aantoonbaar gemaakte
kosten met een maximum van het gecontracteerde tarief voor de geïndiceerde zorg.

ARTIKEL 12 – Doel en inhoud van het zorgplan
1. Het zorgplan/leveringsplan heeft tot doel de kwaliteit van leven c.q. zelfredzaamheid van de cliënt te
ondersteunen en sluit zoveel mogelijk aan bij diens persoonlijke wensen en mogelijkheden.
2. Het zorgplan/leveringsplan beschrijft de gezondheidssituatie van de cliënt ten gevolge van diens
aandoeningen, de prognoses daarvan en de daarmee samenhangende risico’s voor diens gezondheid,welzijn
en zelfredzaamheid, de met de cliënt afgesproken vormen van zorg en, indien er sprake is van geneeskundige
handelingen, de uit te voeren verrichtingen.
3. In het zorgplan wordt in ieder geval vastgelegd:
– welke disciplines de verschillende onderdelen van het zorgplan uitvoeren en op welke momenten of met
welke regelmaat;
– voor wat betreft Huishoudelijke Verzorging en Begeleiding vanuit de WMO en WLZ, wordt deze zorg
alleen geleverd op werkdagen tussen 08.00 uur en 18.00 uur. In de weekenden en op erkende feestdagen
wordt geen Huishoudelijke Verzorging en Begeleiding vanuit de WMO en WLZ geleverd.
– wie binnen de organisatie van de zorgaanbieder het vaste aanspreekpunt is voor de cliënt;
– welke familieleden van de cliënt of anderen bij de zorgverlening worden betrokken of over de
zorgverlening worden geïnformeerd en hoe dat plaatsvindt;
– de momenten van evaluatie van het zorgplan.

4. Privacy

ARTIKEL 13 – Algemeen
1. Voor de in dit hoofdstuk bedoelde gegevens geldt onverkort hetgeen is bepaald in de Wet Bescherming
Persoonsgegevens.
2. Voor zover de in dit hoofdstuk bedoelde gegevens vallen onder de artikelen 7:446-7:468 van het Burgerlijk
Wetboek, geldt onverkort hetgeen daar is bepaald.

ARTIKEL 14 – Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
1. De zorgaanbieder moet toestemming krijgen van de cliënt:
a. als er verrichtingen worden uitgevoerd waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat die door de cliënt
als inbreuk op zijn privacy kunnen worden ervaren en deze kunnen worden geobserveerd door anderen dan
de cliënt;
b. als er foto’s of audiovisuele opnamen worden gemaakt ten behoeve van publicatie.
a. degenen van wie de medewerking bij de uitvoering van de verrichting noodzakelijk is;
b. de vertegenwoordiger.
3. Indien de zorgaanbieder bij geneeskundige handelingen of bij een gesprek een zorgverlener in opleiding of
stagiaire aanwezig wil laten zijn, moet hij daarvoor toestemming krijgen van de cliënt.

ARTIKEL 15 – Gegevensverstrekking en verlening van inzage door de zorgaanbieder aan derden
1. De zorgaanbieder verstrekt zonder de schriftelijke en/of digitale toestemming van de cliënt geen (inzage in)
gegevens over de cliënt aan derden, behalve ter voldoening aan een wettelijke verplichting.
a. degenen die rechtstreeks zijn betrokken bij de uitvoering van de overeenkomst voor zover de verstrekking
van gegevens en inzage noodzakelijk is voor de door hen te verrichten werkzaamheden;
b. de vertegenwoordiger voor zover de verstrekking van gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn
taken.
2. Na overlijden geeft de zorgaanbieder desgevraagd inzage in de zorginhoudelijke gegevens aan de
nabestaanden voor zover de cliënt daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of toestemming mag
worden verondersteld.
3. De zorgaanbieder instrueert individuele zorgverleners over hun geheimhoudingsplicht en stelt de cliënt
hiervan op de hoogte.

ARTIKEL 16 – Bewaren van gegevens
1. Als de zorgaanbieder zorginhoudelijke gegevens over de cliënt vastlegt, blijven deze gegevens te allen tijde
ter beschikking van zowel de zorgaanbieder als de cliënt.
2. Het zorgdossier blijft bij beëindiging te allen tijde eigendom van de cliënt. Mocht de cliënt het Zorgdossier
zonder kopie willen behouden dan kunnen daar aanvullende afspraken voor worden gemaakt. Bij beëindiging
van de overeenkomst bewaart de zorgaanbieder de gegevens en krijgt de cliënt een kopie als hij dat wil. Voor
de gegevens bedoeld in artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek gelden de daar bepaalde bewaartermijn en
de rechten van cliënten ten aanzien van correctie en vernietiging. Voor andere gegevens geldt de norm
genoemd in de Wet bescherming persoonsgegevens.

ARTIKEL 17 – Medewerking aan wetenschappelijk onderzoek en onderwijs
1. Telkens als de zorgaanbieder de cliënt wil betrekken bij wetenschappelijk onderzoek, moet hij daarvoor
toestemming hebben van de cliënt.
2. De zorgaanbieder informeert de cliënt over het doel van het wetenschappelijk onderzoek en de risico’s van
medewerking eraan.

5. Kwaliteit en veiligheid

ARTIKEL 18 – Zorg
1. De zorgaanbieder levert zorg met inachtneming van de normen zoals die door representatieve organisaties
van in ieder geval zorgaanbieders en cliënten in overleg met de Inspectie Gezondheidszorg zijn vastgesteld.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat alle zorgverleners die binnen de organisatie van de zorgaanbieder of in
opdracht van de zorgaanbieder zorg verlenen aan
a. hiertoe te allen tijde bevoegd en bekwaam zijn;
b. handelen overeenkomstig de voor de zorgverleners geldende professionele standaarden waaronder de
richtlijnen van de beroepsgroep. Afwijking van de professionele standaard moet de zorgaanbieder motiveren
en aan de cliënt uitleggen. De zorgaanbieder maakt aantekening van de afwijking en van de uitleg aan de
cliënt in het zorgplan.
3. De zorgaanbieder zorgt voor continuïteit van de zorg.

ARTIKEL 19 – Veiligheid
De zorgaanbieder maakt gebruik van deugdelijk materiaal.

ARTIKEL 20 – Afstemming (één cliënt – meer zorgverleners)
A. Binnen de organisatie van de zorgaanbieder
1. Als een cliënt te maken heeft met twee of meer zorgverleners die binnen de organisatie van de
zorgaanbieder of in opdracht van de zorgaanbieder werken, zorgt de zorgaanbieder dat alle betrokken
zorgverleners:
a. elkaar informeren en bevragen over relevante gegevens van de cliënt;
b. de cliënt tijdig doorverwijzen naar een andere zorgverlener voor zover de zorg buiten de bevoegdheid of
deskundigheid van eerstgenoemde zorgverlener valt, of op verzoek van de cliënt;
c. met elkaar periodiek overleggen over de cliënt;
d. bij overdracht van de cliënt aan een andere zorgverlener, alle relevante gegevens doorgeven en de cliënt
daarover informeren.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat voor de cliënt te allen tijde duidelijk is:
a. wie voor welke handelingen verantwoordelijk is;
b. wie het aanspreekpunt is voor vragen van de cliënt, diens vertegenwoordiger en familieleden.
B. Binnen en buiten de organisatie van de zorgaanbieder
3. Als een cliënt te maken heeft met twee of meer zorgverleners waarvan tenminste één niet binnen de
organisatie van de zorgaanbieder of in opdracht van de zorgaanbieder werkt, zorgt de zorgaanbieder ervoor
dat:
a. de taken en verantwoordelijkheden rond de zorgverlening aan de cliënt tussen de betrokken zorgverleners
zijn verdeeld;
b. afstemming en informatie-uitwisseling tussen de betrokken zorgverleners met toestemming van de cliënt
plaatsvindt, waarbij de ervaringen van de cliënt worden meegenomen.

ARTIKEL 21 – Incidenten
1. Zo spoedig mogelijk na een incident informeert de zorgaanbieder de betreffende cliënt over:
a. de aard en de oorzaak van het incident;
b. of en welke maatregelen zijn genomen om soortgelijke incidenten te voorkomen.
2. Als een incident gevolgen heeft voor de gezondheidstoestand van de cliënt, bespreekt de zorgaanbieder de
voor de aanpak daarvan mogelijke behandelingsalternatieven met de cliënt en maakt afspraken over de
aanvang van de gekozen behandeling en het vervolg. De zorgaanbieder wijst de cliënt hierbij uitdrukkelijk op
de mogelijkheid van een tweede optie binnen of buiten de organisatie van de zorgaanbieder.
3. De zorgaanbieder verleent adequate zorg teneinde de gevolgen van het incident voor de cliënt te beperken.
In geval van spoedeisende zorg betekent dit dat aan het genoemde in lid 2 niet hoeft te worden voldaan.

ARTIKEL 22 – Zorg voor persoonlijke eigendommen
De zorgaanbieder zorgt ervoor dat degenen die onder zijn verantwoordelijkheid betrokken zijn bij de zorg voor
de cliënt, zorgvuldig omgaan met diens eigendommen. Zorgfamilie hanteert hiervoor een eigen risico van de
cliënt van 250 Euro per gebeurtenis.

6. Zorgverlening op afstand

ARTIKEL 23 – Zorgverlening op afstand
1. Indien mogelijk en in samenspraak met en onder verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder verleent,
faciliteit en ondersteunt de zorgaanbieder, na toestemming van de cliënt zorg op afstand.
2. De zorgaanbieder spreekt met de cliënt af hoe de voor de zorgverlening relevante informatie-uitwisseling
zal plaatsvinden en de termijnen waarbinnen de betrokken partijen de informatie moeten verschaffen.
3. De zorgaanbieder informeert de cliënt vooraf over de randvoorwaarden voor verantwoorde zorgverlening op
afstand en controleert of aan die randvoorwaarden wordt voldaan.
4. De zorgaanbieder zorgt dat de cliënt goed begrijpt wie waarvoor verantwoordelijk is.
5. Alle rechten en verplichtingen uit hoofde van deze algemene voorwaarden gelden onverkort in geval van
zorgverlening op afstand.

7. Verplichtingen van de cliënt

ARTIKEL 24 – Verplichtingen van de cliënt
1. Elke cliënt legitimeert zich voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst en gedurende de
looptijd van de overeenkomst op verzoek van de zorgaanbieder met een wettelijk erkend, geldig
legitimatiebewijs.
2. Bij de intake geeft de cliënt de naam en de bereikbaarheidsgegevens op van een contactpersoon en, indien
van toepassing, van de persoon die door de cliënt schriftelijk is gemachtigd in zijn plaats te treden als de cliënt
niet meer in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen.
3. De cliënt geeft de zorgaanbieder, mede naar aanleiding van diens vragen, naar beste weten de inlichtingen
en de medewerking die deze redelijkerwijs voor het uitvoeren van de overeenkomst behoeft, waaronder
begrepen informatie over een eventuele wilsverklaring.
4. De cliënt onthoudt zich van gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of het welzijn van de zorgverleners,
andere personen werkzaam bij of in opdracht van de zorgaanbieder en vrijwilligers.
5. De cliënt verleent alle noodzakelijke medewerking om de zorgaanbieder in staat te stellen de zorg te
leveren conform regelgeving betreffende de arbeidsomstandigheden.
6. De cliënt moet zorgverleners en andere personen werkzaam bij of in opdracht van de zorgaanbieder de
gelegenheid bieden hun taken uit te voeren zoals vastgelegd in het zorgplan of in het kader van veiligheid.
7. Zodra de cliënt zorg ontvangt van een andere zorgaanbieder, informeert hij de zorgaanbieder daarover.
8. De cliënt moet met bekwame spoed melding maken van de door hem geconstateerde schade, rekening
houdende met een eigenrisico van 250 euro per gebeurtenis.

8. Betaling

ARTIKEL 25 – Betaling
1. De cliënt is de zorgaanbieder de overeengekomen prijs verschuldigd voor de overeengekomen zorg en
diensten voor zover deze niet op grond van de WLZ, de WMO of de ZVW rechtstreeks door het zorgkantoor,
de gemeente respectievelijk de zorgverzekeraar worden betaald.
2. Voor de vooraf overeengekomen kosten van zorg en diensten als bedoeld in artikel 9 lid 3 onder 3e en 4e
stuurt de zorgaanbieder een duidelijke en gespecificeerde factuur van de cliënt. Voor de diensten als bedoeld
in artikel 9 lid 3 onder 3e brengt de zorgaanbieder geen kosten in rekening als de cliënt er geen gebruik van
heeft gemaakt, mits de cliënt zich 48 uur van tevoren heeft afgemeld conform artikel 12 lid 7.
3. De zorgaanbieder stuurt na het verstrijken van de betalingstermijn een betalingsherinnering en geeft de
cliënt de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst van de herinnering alsnog te betalen.
4. Als na het verstrijken van de tweede betalingstermijn nog steeds niet is betaald is de zorgaanbieder
gerechtigd rente en buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen vanaf het verstrijken van de
eerste betalingstermijn. De rente is gelijk aan de wettelijke rente.

9. Vervolgindicatie

ARTIKEL 26 – Procedure aanvragen vervolgindicatie
1. Uiterlijk 9 weken voor afloop van het geldende indicatiebesluit heeft de zorgaanbieder een gesprek met de
cliënt met het oog op indiening van de aanvraag voor vervolgindicatie. Als een indicatiebesluit is afgegeven
met een geldigheid van minder dan zes maanden heeft dit gesprek plaats uiterlijk 7 weken voor afloop van het
geldende indicatiebesluit.
2. Tijdens dit gesprek
a. legt de zorgaanbieder uit waarom het noodzakelijk is dat de cliënt tijdig over een nieuwe indicatie beschikt;
b. legt de zorgaanbieder de cliënt de keuze voor om de aanvraag zelf in te dienen dan wel dit door de
zorgaanbieder te laten doen en wijst hij de cliënt op de gevolgen van die keuze zoals omschreven in lid 4;
c. geeft de zorgaanbieder gemotiveerd aan in hoeverre hij de te verwachten zorg kan blijven verlenen en wat
de gevolgen zijn voor de cliënt. De zorgaanbieder maakt een schriftelijk verslag van dit gesprek en verstrekt
een kopie daarvan aan de cliënt.
3. Als de cliënt zelf de vervolgindicatie aanvraagt, herinnert de zorgaanbieder de cliënt uiterlijk 9 weken voor
afloop van de geldende indicatie aan de termijnen. Uiterlijk 8 weken voor afloop van de geldende indicatie
moet de cliënt de aanvraag hebben ingediend. Als een indicatiebesluit is afgegeven voor minder dan zes
maanden, is de zorgaanbieder niet verplicht tot herinnering van de cliënt aan de termijnen. In dat geval moet
de cliënt uiterlijk 6 weken voor afloop van de geldende indicatie de aanvraag hebben ingediend.
De cliënt verstrekt de zorgaanbieder een kopie van de aanvraag.
4. Als de cliënt de aanvraag voor vervolgindicatie niet, niet tijdig of niet volledig heeft ingediend en hij daardoor
niet tijdig over een nieuwe indicatie beschikt, kan de zorgaanbieder achteraf kosten in rekening brengen aan
de cliënt. Deze kosten zijn niet hoger dan de aantoonbaar gemaakte kosten met een maximum van het
gecontracteerde tarief voor de geïndiceerde zorg.
5. Als de zorgaanbieder de aanvraag voor vervolgindicatie indient, dient hij uiterlijk 8 weken voor afloop van
de geldende indicatie de door de cliënt ondertekende aanvraag in, tenzij het indicatiebesluit is afgegeven voor
minder dan zes maanden. In dat geval dient hij de aanvraag uiterlijk 6 weken voor afloop van de geldende
indicatie in. De zorgaanbieder verstrekt een kopie van de aanvraag aan de cliënt.
6. Als de zorgaanbieder de aanvraag voor vervolgindicatie niet, niet tijdig of niet volledig heeft ingediend en de
cliënt daardoor niet tijdig over een nieuwe indicatie beschikt, zijn de gevolgen voor rekening van de
zorgaanbieder.

ARTIKEL 27 – Tussentijdse vervolgindicatie
1. Als de zorgaanbieder constateert dat de geldende indicatie niet meer voldoet voor de benodigde zorg, heeft
de zorgaanbieder een gesprek met de cliënt met het oog op indiening van een aanvraag voor vervolgindicatie.
Het bepaalde in artikel 26 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.
2. De zorgaanbieder stelt de cliënt uitdrukkelijk in de gelegenheid een bedenktijd van twee weken in acht te
nemen, als deze daar behoefte aan heeft.

ARTIKEL 28 – Spoedzorg
I De zorgaanbieder kan de spoedzorg zelf leveren
1. Als de zorgbehoefte van de cliënt plotseling zodanig wijzigt dat binnen 24-48 uur substantieel zwaardere of
andere zorg nodig is, meldt de zorgaanbieder dit meteen bij het indicatieorgaan met daarbij, als de
zorgaanbieder verwacht dat de cliënt de zwaardere of andere zorg langer dan 14 dagen nodig heeft, een
aanvraag voor vervolgindicatie. In een gesprek met de cliënt geeft de zorgaanbieder een toelichting op de
spoedprocedure.
II De zorgaanbieder kan de spoedzorg niet zelf leveren
1. Als de zorgbehoefte van de cliënt plotseling zodanig wijzigt dat binnen 24-48 uur substantieel zwaardere of
andere zorg nodig is en de zorgaanbieder die zorg niet kan leveren, meldt de zorgaanbieder dit meteen bij het
indicatieorgaan met daarbij, als de zorgaanbieder verwacht dat de cliënt de zwaardere of andere zorg langer
dan 14 dagen nodig heeft, een aanvraag voor vervolgindicatie.
2. Tegelijkertijd meldt de zorgaanbieder dit aan het zorgkantoor met het verzoek de cliënt met spoed te
plaatsen bij een andere zorgaanbieder.

10. Beëindiging van de overeenkomst

ARTIKEL 29 – Beëindiging overeenkomst
1. De overeenkomst eindigt:
a. door overlijden van de cliënt;
b. bij wederzijds goedvinden;
c. na eenzijdige schriftelijke en/of digitale opzegging van de overeenkomst door de cliënt of de zorgaanbieder,
met inachtneming van het bepaalde in artikel 31;
d. van rechtswege als de overeenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan;
e. ingeval van ontbinding door de rechter.

ARTIKEL 30 – Opzegging algemeen
1. De cliënt kan de overeenkomst te allen tijde opzeggen, met inachtneming van een redelijke opzegtermijn
normaliter uitgaande van 4 weken.
2. De zorgaanbieder kan de overeenkomst slechts opzeggen met inachtneming van het in artikel 31 bepaalde.

ARTIKEL 31 – Opzegging door de zorgaanbieder
1. De zorgaanbieder kan de overeenkomst uitsluitend opzeggen:
a. als de zorgaanbieder de zorg passend bij het nieuwe indicatiebesluit niet mag verlenen, omdat de
zorgaanbieder geen toelating heeft op grond van WLZ voor de geïndiceerde zorg. In dat geval gelden de
volgende vereisten voor opzegging:
1e. de zorgaanbieder neemt een redelijke opzegtermijn in acht;
2e. de zorgaanbieder heeft al bij de intake aan de cliënt duidelijk gemaakt welke vormen van zorg hij wel en
niet verleent;
3e. de zorgaanbieder spant zich in om voor de cliënt een passend alternatief te vinden.
b. als de zorgaanbieder de zorg passend bij het nieuwe indicatiebesluit niet mag verlenen, omdat het contract
tussen de zorgaanbieder en het zorgkantoor geen ruimte biedt voor de geïndiceerde zorg. In dat geval is voor
de opzegging vereist dat de zorgaanbieder zich vergeefs tot het zorgkantoor heeft gewend met het verzoek
om toestemming; ook geldt het bepaalde in a onder 1e, 2e en 3e;
c. als de zorgaanbieder de zorg passend bij het nieuwe indicatiebesluit niet kan verlenen, omdat de
zorgaanbieder niet de hiervoor benodigde specialistische deskundigheid heeft. In dat geval gelden de
vereisten voor opzegging als genoemd in a onder 1e, 2e en 3e;
d. wanneer de indicatie van de cliënt eindigt en geen nieuwe indicatie is verkregen, of geen indicatie wordt
verleend;
e. als de zorg niet langer nodig is, terwijl de indicatie nog loopt. In dat geval gelden de volgende vereisten voor
opzegging:
1e. de zorgaanbieder neemt een redelijke opzegtermijn in acht;
2e. de zorgaanbieder heeft al bij de intake aan de cliënt duidelijk gemaakt dat de overeenkomst eerder kan
worden beëindigd dan de indicatie aangeeft;
3e. de zorgaanbieder heeft de cliënt gewezen op de mogelijkheid van een tweede optie over het al dan niet
langer nodig zijn van de zorg.
f. om gewichtige redenen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:
1e. de zorgaanbieder heeft de gronden waarop de voorgenomen opzegging berust met de cliënt besproken;
2e. de zorgaanbieder heeft de cliënt een passend alternatief aangeboden;
3e. de zorgaanbieder heeft de cliënt gewezen op de mogelijkheid een klacht in te dienen;
4e. de zorgaanbieder neemt een redelijke opzegtermijn in acht.
2. In de situaties genoemd in lid 1 onder a, b en c eindigt de overeenkomst niet eerder dan de dag waarop de
cliënt zorg ontvangt van de nieuwe zorgaanbieder.

ARTIKEL 32 – Informatie bij beëindiging
Bij beëindiging van de overeenkomst als omschreven in artikel 29 onder b en c vindt een gesprek plaats
tussen de cliënt en een hiertoe bevoegde, door de zorgaanbieder aangewezen functionaris waarbij de voor de
nazorg noodzakelijke instructies aan de orde komen. Dit gesprek omvat in ieder geval:
– aan welke instantie/zorgverlener door de zorgaanbieder informatie wordt gegeven en welke informatie dit
betreft;
– informatie over afspraken die de zorgaanbieder met derden heeft gemaakt met betrekking tot de nazorg.
Voor zover nodig worden de instructies schriftelijk meegegeven.

11. Klachten en geschillen

ARTIKEL 33 – Klachtenregeling
1. Zorgfamilie BV conformeert zich aan de regeling zoals vermeld in de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector
(WKCZ). Onderstaande procedure is gebaseerd op deze wet en is tevens opgenomen in de Algemene
Leveringsvoorwaarden van Zorgfamilie BV.
2. Zorgfamilie zal de verleende zorg regelmatig met de cliënt evalueren.
3. Mocht de zorgverlening niet voldoen aan de verwachtingen van de cliënt en biedt evaluatie onvoldoende
zicht op verbetering, dan kan de cliënt dit melden aan de zorgverlener of de directie van Zorgfamilie. Deze
melding wordt vastgelegd in het formulier Melding Incidenten Cliënten (MIC)
4. Klachten met betrekking tot de zorgverlening worden direct gemeld aan de desbetreffende zorgverlener(s).
Indien de zorgverlener de klacht niet tot tevredenheid kan oplossen kan de cliënt of de zorgverlener de
zorgcoördinator of de directie van Zorgfamilie BV inschakelen om advies te vragen en zo nodig de
dienstverlening te wijzigen. De klacht wordt genoteerd in het dossier van de zorgverlener.
5. Zorgfamilie heeft een inspanningsverplichting de klacht op te lossen.
6. Iedere klacht wordt genoteerd op een klachtenformulier.
7. Klachten over de dienstverlening van Zorgfamilie BV worden onmiddellijk in behandeling genomen door de
dienstdoende zorgcoördinator of directie.
8. Overige klachten die naar het oordeel van de zorgcoördinator niet direct in behandeling genomen hoeven
worden, worden binnen 48 uur in behandeling genomen.
9. Op het klachtenformulier staat omschreven hoe en wanneer de indiener reactie krijgt op de klacht.
10. Indien de cliënt en Zorgfamilie BV niet tot een vergelijk kunnen komen, wordt gehandeld volgens het
klachtenreglement van de branchevereniging Samenwerkende Professionele Organisaties voor Thuiszorg
SPOT (zie bijlage), waarvan Zorgfamilie lid is.
11. De klacht moet schriftelijk ingediend worden bij de beroepscommissie. De kosten van deze procedure zijn
voor eigen rekening.
12. De directie van Zorgfamilie zal de cliënt desgevraagd nader informeren over de klachtenregeling.
13. Het klachtenreglement van SPOT voldoet aan de wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ)en voorziet in
de mogelijkheid de klacht voor te leggen aan de klachtencommissie van SPOT.*
14. De registratie van de klachten is onderdeel van de kwaliteitsregistratie..
15. De klachten worden jaarlijks geanalyseerd en van de analyse wordt verslag gedaan in het jaarrapport.
16. Cliënten kunnen, omdat Zorgfamilie lid is van SPOT, deelnemen aan de cliëntenraad van Zorgfamilie zelf
of van deze branchevereniging en zo een bijdrage leveren aan de optimalisatie van de zorg in Nederland.

ARTIKEL 34 – Gelding en Wijziging Algemene en aanvullende voorwaarden.
1. Deze algemene en aanvullende voorwaarden zijn van toepassing op alle zorgovereenkomsten tussen de
cliënten en Zorgfamilie voor de levering van zorgprestaties door Zorgfamilie. Van de bepalingen van deze
voorwaarden kan alleen in overleg met de cliënt worden afgeweken waarbij dit in de zorgovereenkomst en/of
het zorgdossier uitdrukkelijk zal worden vastgelegd.
2. Deze Algemene en aanvullende voorwaarden maken integraal deel uit van elk individuele
zorgovereenkomst. De cliënt aanvaardt deze door ondertekening van de zorgovereenkomst.
3. Deze Algemene en aanvullende voorwaarden zijn op 14 april 2017, vastgesteld door de directie van
Zorgfamilie en gelden voor onbepaalde tijd.
4. Zorgfamilie kan deze Algemene en aanvullende voorwaarden wijzigen. De wijzigingen treden in werking
vanaf een maand nadat de wijzigingen op de algemene wijze bekend zijn gemaakt. Als u vragen of
opmerkingen heeft over deze Algemene en aanvullende voorwaarden kunt u zich richten tot uw
contactpersoon of de directie van Zorgfamilie.

12. Aanvullende voorwaarden zorgovereenkomst

ARTIKEL 35 – Eigen bijdragen, betaling en tarieven (Voor particuliere cliënten/ cliënten met PGB)
1. De cliënt is een wettelijke eigen bijdrage verschuldigd voor de levering van zorgprestaties die vallen onder
de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) of Wet Langdurige Zorg (WLZ). Het Centraal Administratie
kantoor (CAK) int deze bijdrage.
2. Het Centraal Administratie kantoor brengt de eigen bijdrage per geleverd uur zorg in rekening. De overheid
heeft de bijdrage naar inkomen vastgesteld. Per zorgmoment wordt de feitelijk geleverde zorg(tijd) in rekening
gebracht en naar boven afgerond op eenheden van 5 minuten per declaratie periode.
3. Bij elke cliënt wordt geregistreerd dat de zorg geleverd is. Meestal zal het geleverd worden conform de
werkopdracht op de urenbrief. Maar soms zijn er wijzigingen zoals de cliënt die de zorg annuleert, vanwege
een calamiteit o.i.d. De cliënt past dit aan op de urenbrief. De cliënt zet zijn of haar handtekening op de
urenbrief of periodeoverzicht/verklaring voor de geleverde zorgmomenten waarmee de cliënt verklaart dat de
contacttijd op de urenbrief de daadwerkelijk geleverde zorg contact tijd is.
4. Bij bericht van verhindering binnen 24 uur voor het geplande tijdstip van zorg- of hulpverlening wordt de
eigen bijdrage in rekening gebracht volgens de geplande tijd voor zorg- of dienstverlening. Deze regel geldt
niet als er sprake is van een dringende reden die verband houdt met de gezondheidstoestand van de cliënt,
zoals plotseling opname in het ziekenhuis.
5. Over WMO/ZVW/WLZ-zorg wordt geen BTW berekend. Voor diensten die volgens de fiscus onder de BTW
vallen wordt BTW in rekening gebracht.
6. Sommige werkzaamheden voor de cliënt kunnen noodzakelijkerwijze of uit oogpunt van efficiency
eenvoudiger op het kantoor dan vanuit de woning van de cliënt worden verricht. Daarbij kan worden gedacht
aan contact met de huisarts die alleen op spreekuurtijden bereikbaar is, afstemmingsoverleg als er meerdere
zorgverleners voor de cliënt actief zijn of organisatorisch werk in verband met het regelen van nachtzorg. De
cliënt wordt toestemming gevraagd voor het verrichten van deze werkzaamheden op kantoor en het in
rekening brengen van de eigen bijdrage thuiszorg. Deze afspraken worden vastgelegd in het zorgdossier.

ARTIKEL 36 – Aansprakelijkheid.
1. Als door schuld of nalatigheid van een medewerker van Zorgfamilie bij uitvoering van de werkzaamheden
schade aan eigendommen of bezittingen (materiële schade) van de cliënt ontstaan, dan meldt de cliënt deze
schade schriftelijk, binnen 48 uur, bij de zorg coördinator of directie van Zorgfamilie, rekening houdende met
een eigen risico van 250 euro per gebeurtenis. Vervolgens wordt dan de cliënt een schade/aangifte formulier
ingevuld. De cliënt is verantwoordelijk voor gebruiksschade van gebruiksvoorwerpen die nodig zijn voor de
zorgverlening en zorgt zelf voor vervanging. Zorgfamilie aanvaardt hiervoor geen aansprakelijkheid.
2. De zorg coördinator of directie van Zorgfamilie beoordeelt of aansprakelijkheid wordt aanvaard.
3. Aansprakelijkheidsstelling worden schriftelijk afgehandeld overeenkomstig de richtlijnen van de
verzekeringsmaatschappij van Zorgfamilie.

ARTIKEL 37 – Uitsluitingcriteria en zorgweigering
1. Uitsluitingcriteria
Zorgfamilie is een instelling die alle soorten zorg biedt, aan in principe alle cliënten. Er zijn echter een paar
uitzonderingen op de regel die zijn opgenomen in de uitsluitingcriteria. Op basis van de uitsluitingcriteria zal
worden beoordeeld of Zorgfamilie deze cliënt in zorg neemt. Er wordt dus telkens een individuele beoordeling
gemaakt. Indien een cliënt die al in zorg is de ‘bovengrens’ nadert, zal overwogen worden of overplaatsing
noodzakelijk is naar een geschikte zorgvoorziening.
2. Uitsluitingcriteria en bovengrens van zorg
Met het oog op het leveren van verantwoorde zorg, worden echter de volgende uitsluitingcriteria gehanteerd.
Uitgesloten zijn cliënten:
• met een behoefte aan (zeer) intensieve persoonlijke begeleiding welke verder reikt dan de aanwezige
reguliere begeleiding;
• die zeer gewelddadig zijn naar zichzelf en/of anderen;
• die verbaal zeer agressief zijn
• die de hulp van Zorgfamilie niet willen accepteren.
• met problematisch, cq. zeer storend gedrag voor de omgeving waarvan is vastgesteld dat dit gedrag
langdurig van aard en niet beïnvloedbaar is;
3. Werkomstandigheden en lichamelijke belasting(Wet op de arbeidsomstandigheden)
3.1 De woning van de cliënt moet essentiële voorzieningen bevatten, zoals verwarming, gas, water en elektra.
Ook moet deze geschikt zijn om noodzakelijke (verpleeg)hulpmiddelen te kunnen plaatsen en te gebruiken,
zoals een hoog-laagbed.
3.2 De zorgverleners verrichten hun werkzaamheden op ergonomisch verantwoorde wijze, gebaseerd op de
normen van de arbeidsomstandighedenwet. Om lichamelijke klachten van zorgverleners te voorkomen, is met
name het volgende nodig.
– Bij het helpen op bed moet het bed(op heuphoogte) kunnen worden ingesteld. Per situatie kunnen
hulpmiddelen nodig zijn. De zorgverlener kan de cliënt of mantelzorger instructies geven hulpmiddelen te
lenen of te huren om dit mogelijk te maken;
– Bij het helpen op bed moet de cliënt aan beide kanten van het bed op armlengte bereikbaar zijn;- In de
kamer of douche moet voldoende bewegingsruimte aanwezig zijn om verzorgende handelingen verantwoord
uit te voeren;
– Bij werkzaamheden onder heuphoogte of onder schouderhoogte kunnen per situatie aanpassingen nodig
zijn.
Om de cliënt te kunnen tillen kan het nodig zijn dat til hulpmiddelen (zoals til liften) geleend of gehuurd worden
of dat de mantelzorger gevraagd wordt te assisteren.
3.3 De cliënt kan tijdelijk door twee zorgverleners tegelijkertijd worden geholpen als:
– De inzet van één zorgverlener ontoereikend is en mantelzorg ontbreekt om te assisteren;
– Geen til hulpmiddelen kunnen worden gebruikt.
Voorwaarden hiervoor zijn dat deze zorg te organiseren is en dat er uitzicht is op een structurele oplossing.

ARTIKEL 38 – Hygiëne en veiligheid.
1. De cliënt stelt de zorgverlener op de hoogte van informatie die van belang kan zijn voor de hygiëne en
veiligheid.
2. De zorgverleners werken op basis van hygiënerichtlijnen van de organisatie. Zorgfamilie stelt de cliënt op
diens verzoek een exemplaar van de hygiënerichtlijnen beschikbaar.
3. De woning van de cliënt mag niet zodanig zijn vervuild dat dit de zorgverlening of het zorgverleningproces
schaadt. Zorgfamilie kan de zorg(tijdelijk) weigeren als er sprake is van slechte hygiënische omstandigheden,
waardoor de veiligheid en/of gezondheid van de zorgverlener wordt bedreigd, of als de zorgvrager zich niet
wenst te houden aan het rookbeleid van Zorgfamilie. Zorgfamilie kan bemiddelen tussen de cliënt en de
andere instanties om ervoor te zorgen dat de situatie verbetert. Op die manier kan de zorginzet door blijven
gaan.
4. In de woning moet algemene veiligheidsvoorzieningen aanwezig zijn, onder andere een douchebadmat,
rubber doppen onder stoel of kruk, geen losse kleedjes, veilig elektrische bedrading en contactdozen.
5. Als de zorgverlener zich bedreigd voelt door een huisdier zoekt hij/zij in overleg met de cliënt naar een
bevredigende oplossing, zodat hij/zij de werkzaamheden goed kan blijven uitvoeren.

ARTIKEL 39 – Materialen.
1. De zorgverleners hebben voor hun werkzaamheden veilige materialen nodig, indien deze materialen niet
voorhanden zijn, kunnen de zorgverleners de werkzaamheden niet uitvoeren. De zorgverleners stellen u op de
hoogte van de benodigde materialen.
2. Zorgverleners mogen geen gevaarlijke stoffen, of bijtende middelen(zoals ammoniak/zoutzuur/chloor)
gebruiken.

ARTIKEL 40 – Ongewenste omgangsvormen
Het beleid van Zorgfamilie is erop gericht om de medewerkers een veilige werkomgeving te garanderen.
Seksuele intimidatie, agressie of geweld tegen een zorgverlener kan aanleiding zijn om de zorg en
dienstverlening niet aan te vangen of te herzien.

ARTIKEL 41 – Zorg weigeren.
Het niet naleven van bovengenoemde specifieke voorwaarden (artikel 37 t/m 40) door de cliënt kan ertoe
leiden dat Zorgfamilie de zorg- en dienstverlening weigert aan te vangen, voortijdig beëindigt of in omvang
verlaagt (als verdere uitvoering in redelijkheid niet van Zorgfamilie kan worden gevraagd).

Artikel 42 – Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Zorgfamilie hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De inspectie voor de
gezondheidszorg, Gemeente, onderwijs, jeugdzorg en veiligheid en justitie controleren of organisaties en
zelfstandigen een meldcode hebben en of zij het gebruik en de kennis daarvan bevorderen.
Het doel van de verplichte meldcode is dat instellingen vaker, sneller en adequater ingrijpen bij vermoedens
van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Artikel 43 – Wet Zorg en Dwang
Kenmerkend voor de wet zorg en dwang is de vraag of onvrijwillige zorg eventueel toegepast kan worden
afhangt van de diagnose (PG of verstandelijke beperking) van de cliënt (behoort de cliënt tot de groep waarop
de wet van toepassing is) en niet van de plaats waar de cliënt zich bevindt. De wet geldt dan ook in alle
verpleeghuizen, verzorgingshuizen, ziekenhuizen, organisaties die zorg bieden aan mensen met een
verstandelijke handicap en thuiszorgorganisaties. Medewerkers van Zorgfamilie passen in de thuissituatie bij
cliënten in principe geen vrijheid beperkende maatregelen toe. Als regel richt Zorgfamilie zich op tijdige
onderkenning van eventuele risico’s.

Adresgegevens Zorgfamilie:
Zorgfamilie
Spoorweghaven 323
3071ZE Rotterdam
010 23 222 66
Website: www.zorgfamilie.nl
@ : info@zorgfamilie.nl

Versie: 2017.01